Ga naar inhoud

Apparaatdocumentatie

Apparaattherapie draait om de instellingen: snelheid, helling, dosis, intensiteit. In TheraTap leg je deze meetwaarden gestructureerd vast in plaats van als vrije tekst – direct in het bevindingenformulier, met hergebruik van de laatste waarden en een verloopgrafiek in het dierdossier.

De juiste velden per apparaat

Onderwaterloopband, laser, schokgolf, ultrageluid en andere typen hebben hun parameters al bij zich.

Laatste waarden overnemen

Eén klik voegt het apparaat toe – velden zijn vooraf ingevuld met de laatste instellingen van dit dier.

Verloop evalueren

In het dierdossier zie je grafiek en tabel over de behandelreeks – inclusief PDF-export.

In het rapport

Vastgelegde toepassingen kunnen in het behandelrapport worden overgenomen.


TheraTap onderhoudt de catalogus centraal. Jij kiest het type, jij definieert geen eigen velden. Typische parameters:

Apparaattype Typische meetwaarden
Onderwaterloopband Snelheid (km/u, m/min of stand), helling (% of stand), waterstand, waterhoogte, temperatuur, intervallen, handling, gewichtsmanchetten
Loopband Snelheid, helling, intervallen
Lasertherapie Dosis (J/cm²), vermogen (W), golflengte, modus, frequentie, oppervlakte
Elektrotherapie Intensiteit (mA), frequentie, stroomsoort, pulsbreedte
Ultrageluid Intensiteit (W/cm²), frequentie, inschakelduur
Magneetveld / PEMF Intensiteit, frequentie, programma
Schokgolf Energie, pulsen, type (radiaal/gefocust), frequentie
TECAR Vermogen, modus
Trillingsplaat Frequentie, amplitude, positie
Warmte / koude / rood licht Soort, temperatuur, niveau
Koudplasmatherapie Pulsen per seconde (Hz), amplitude, behandelmaten, elektrode
Repuls-therapie Intensiteitsstand

Duur, behandelde lichaamsregio en notities gelden voor alle typen.

Bij velden die per apparaat anders worden weergegeven – bijvoorbeeld de snelheid op de onderwaterloopband – kies je de eenheid één keer per apparaat in het apparaatbeheer: „Wat toont jouw apparaat?“ Daarna ligt die voor dat apparaat vast en blijven waarden over weken vergelijkbaar. Eenduidige grootheden zoals °C of cm zijn niet instelbaar.


  1. Apparaattype koppelen

    Onder Instellingen → Ruimtes & apparaten open je een bestaand apparaat (of je maakt er een aan) en kies je het passende type, bijv. onderwaterloopband.

  2. Tab Apparaten openen

    In het bevindingenformulier verschijnt de tab Apparaten naast de formuliertabs. Bovenaan zie je al vastgelegde toepassingen van deze behandeling, daaronder de snelle keuze van alle praktijkapparaten.

  3. Apparaat aanklikken

    Eén klik voegt de toepassing toe en opent de parametervelden. Apparaten die dit dier het laatst had, staan bovenaan en zijn gemarkeerd („laatst op …“).

  4. Waarden controleren of aanpassen

    Was het apparaat bij dit dier al in gebruik, dan zijn de velden vooraf ingevuld. Ongewijzigd opslaan – of gericht opvoeren, bijv. de snelheid van 3,0 naar 3,5 km/u.

  5. Meer apparaten toevoegen

    De snelle keuze blijft zichtbaar. Je kunt meerdere apparaten in één sessie vastleggen – ook hetzelfde apparaat twee keer met andere instellingen.


In het dierdossier open je Apparaten. Bovenaan kies je het type (bijv. UWL · 12) – altijd precies één, omdat parameters over typen heen niet vergelijkbaar zijn.

  • Grafiek: numerieke meetwaarden als lijnen over de behandeldatum. De één tot twee leidende parameters staan standaard aan, de rest schakel je via de legenda bij.
  • Tabel: alle toepassingen chronologisch, met het verschil ten opzichte van de vorige waarde. Een klik opent het bijbehorende bevindingenformulier.
  • PDF: het verloop met grafiek en tabel als PDF exporteren.

Of een toepassing in de pdf van het bevindingenformulier verschijnt, bepaal je per invoer. De schakelaar „In het bevindingenformulier tonen“ zit bij de toepassing zelf en staat standaard uit – het rapport gaat naar de klant en bevatte tot nu toe nooit apparaatparameters.

In een sessie met onderwaterloopband en laser kan dus de een wel in het rapport staan en de ander niet. Staat de schakelaar aan, dan verschijnen apparaattype, duur, lichaamsregio, alle vastgelegde waarden en de notitie in de pdf – vertaald naar de taal van je praktijk. Velden zonder waarde worden weggelaten.


Niet elke apparaattoepassing hoort bij een bevindingenformulier. In het dierdossier maak je onder Apparaten rechtstreeks een invoer aan: apparaat kiezen, waarden invullen, datum en tijd instellen, opslaan.

Zulke invoeren verschijnen in hetzelfde verloop en dezelfde evaluatie als die uit het bevindingenformulier; in de tabel herken je ze aan een klein symbool. Hun tijdstip is vrij te wijzigen – bij invoeren met bevindingenformulier komt het daarvandaan en loopt mee wanneer je de behandeldatum corrigeert.